D Preventie medewerkerD Preventie medewerker
Wijziging ARBO-wet met ingang van 1 juli 2005
Per 1 juli 2005 is er geen verplichting meer aangesloten te zijn bij een ARBO-dienst,
wèl moet er een preventiemedewerker worden aangesteld.
|
Taken en functie van de Preventiemedewerker |
|
Desgewenst een opleidingstraject voor deze preventiemedewerker door G2 Guide & Guard. |
De vernieuwde ARBO-wet 2005, welke per 1 juli 2005 is ingegaan, verplicht organisaties om intern een preventiemedewerker aan te stellen. De overheid verplicht elk bedrijf tot het aanstellen van één of meerdere medewerkers met preventietaken; de uitvoering schrijft de overheid niet voor!
Preventiemedewerkers overzien het gehele gebied van verzuim en arbeidsomstandigheden.
Organisaties moeten na beoordeling van de arbeidsrisico’s een eigen afweging maken en kiezen hoe zij aan de preventietaken vormgeven.
De vraag; “Hoe kan ik deze preventietaken adequaat en efficiënt onderbrengen in mijn organisatie” is de basis voor G2 Guide & Guard te Ommen geweest, om een en ander eerst maar eens op papier te zetten. Bij deze.
Het minimale wettelijke takenpakket van de preventiemedewerker bestaat uit:
- verlenen van medewerking aan het laten verrichten en opstellen van een Risico-inventarisatie (RI&E)- het uitvoeren van maatregelen- het samenwerken met de OR- Het inventariseren en het in gang zetten van:
A. Een begin van brand kunnen blussen
B. Levensreddend kunnen handelen
C. Beschikken over BHV-ers (BedrijfsHulpVerleners)
D. Vluchtwegorganisatie op orde hebben
E. Signalisatie dient correct aanwezig te zijn
F. Het aanwezig zijn van een bedrijfsnoodboek
G. Het aanwezig zijn van een RI&E
H. Soms in het bezit zijn van een gebruiksvergunning
I. Een keer per jaar een ontruimingsoefening houden
Hoofdbestanddelen van de functie:
1. Het adviseren aan de werkgever en de OR m.b.t. de arbeidsomstandigheden
2. Het optreden als intermediair tussen de eigen organisatie en externe deskundigen
3. Het coördineren van de beleidsvoeringsactiviteiten binnen de organisatie
4. Het bewaken van de uitvoering van het vastgestelde beleid
5. Het fungeren als centraal meldpunt voor ongevallen, bijna ongelukken en onveilige situaties
6. Het bijhouden en verspreiden van relevante informatie
7. Het fungeren als vraagbaak op het gebied van arbeidsomstandigheden
8. Het verzorgen van externe contacten
Nadere uitwerking van de hoofdbestanddelen:
Ad 1Het adviseren aan de werkgever en de OR m.b.t. de arbeidsomstandigheden.
Geeft de werkgever en de OR gevraagd en ongevraagd advies m.b.t. het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.
Ad 2. Het optreden als intermediair tussen de eigen organisatie en externe deskundigen.
Coördineert de werkzaamheden van de eigen medewerkers en de externe deskundigen m.b.t. activiteiten binnen de organisatie. Is voor deze deskundigen een eerste aanspreekpunt, voorziet ze van de nodige informatie en zorgt voor afspraken met andere personen binnen de organisatie. Verzorgt contacten tussen de leidinggevenden van de organisatie en de externe deskundigen.
Ad 3. Het coördineren van de beleidsvoeringsactiviteiten binnen de organisatie.
Is verantwoordelijk voor het uitvoeren, dan wel laten uitvoeren van de risico-inventarisatie en evaluatie. Presenteert de resultaten aan de directie en de OR. Coördineert de totstandkoming van het plan van aanpak. Bespreekt het concept met de directie en de OR. Communiceert over de risico-inventarisatie en evaluatie en het plan van aanpak met de werknemers.
Ad 4. Het bewaken van de uitvoering van het vastgestelde beleid.
Bewaakt de uitvoering van de plannen zoals die zijn vastgelegd. Probeert knelpunten tot een oplossing te brengen. Indien knelpunten niet opgelost kunnen worden, worden deze voorgelegd aan de directie.
Ad 5. Het fungeren als centraal meldpunt voor ongevallen, bijna ongelukken en onveilige situaties.
Ontvangt meldingen van ongevallen. Maakt voor ieder ongeval een ongevalformulier op en registreert de ongevallen en bijna ongevallen in een register. Onderzoekt ongevallen indien daartoe aanleiding bestaat, dan wel laat ongevallen door deskundigen onderzoeken. Analyseert regelmatig de registraties en doet op basis daarvan eventueel aanbevelingen.
Ad 6. Het bijhouden en verspreiden van relevante informatie.
Leest relevante literatuur en informatie op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Verspreidt deze informatie, voor zover relevant, aan andere personen in de organisatie.
Ad 7. Het fungeren als vraagbaak op het gebied van arbeidsomstandigheden.
Beantwoordt de meest voorkomende vragen van management , OR en medewerkers. Zet indien noodzakelijk de vragen uit aan derden.
Ad 8. Het verzorgen van externe contacten.
Onderhoudt contacten met derden, zoals G2 Guide & Guard en de Arbeidsinspectie.
De activiteiten waaraan u kunt denken zijn:
1. Oriëntatie binnen de organisatie. Ga met verschillende mensen in de organisatie gesprekken aan. Daarbij kunt u denken aan het management, de OR, afdelingshoofden en andere deskundigen die de werkgever heeft gecontracteerd. Wat verwachten zij van de preventiemedewerker en wat verwacht u van hen? Op deze manier kunt u zich een beeld vormen van de verwachtingen die binnen de organisatie leven. Bereid uzelf goed voor op deze gesprekken door bijvoorbeeld per gesprekspartner van tevoren een aantal vragen op papier te zetten.
2. Actualisering van de RI&E. Is er nog geen RI&E of is deze sterk verouderd, ga dan zorgen voor een nieuwe RI&E. In andere gevallen kunt u nagaan of aanpassingen nodig zijn. Dit kunt u doen in samenwerking met de andere deskundigen die door de werkgever zijn gecontracteerd en de OR.
3. Zorgen voor een adequaat plan van aanpak. Hiervoor geldt hetzelfde als voor de RI&E.
4. Zorgen voor goede voorlichting en onderricht. Ga in samenwerking met de andere deskundigen en de afdelingsleiding na wat er allemaal is geregeld op dit gebied en kom zo nodig met een aangepast voorstel.
5. Zorgen dat taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de organisatie duidelijk worden vastgelegd m.b.t. de zorg voor arbeidsomstandigheden.
6. Zorgen dat het toezicht op de werkplek en werknemers goed is georganiseerd. Dit betekent dat er periodiek inspecties worden uitgevoerd door de afdelingen en dat de direct leidinggevenden erop toezien dat de werknemers zich aan de afgesproken regels houden. (Zoals het dragen/gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen het juist gebruiken van de verschillende beveiligingen.)
7. Zorgen dat er een sanctiebeleid is. Als de leidinggevenden moeten toezien op het gedrag van de werknemers, moeten zij ook middelen hebben om ongewenst gedrag te corrigeren.
8. Zorgen voor een goed ziekteverzuimbeleid. Het is belangrijk dat het ziekteverzuim in de organisatie zo laag mogelijk is. Een goed ziekteverzuimbeleid kan daaraan een bijdrage leveren. Als preventiemedewerker hoeft u dit natuurlijk niet allemaal zelf op te stellen. Het is zelfs veel beter als dat door het management van de organisatie en de direct leidinggevenden gebeurt. U kunt als preventiemedewerker hiertoe wel de aanzet geven en coördinerend optreden.
9. Zorgen voor een goed inkoopbeleid. Het is belangrijk dat bij de veranderingen in de organisatie, zoals het inkopen van nieuwe producten en grondstoffen, van tevoren wordt nagegaan wat de consequenties zijn voor de arbeidsomstandigheden. Als preventiemedewerker kunt u daarbij een belangrijke rol spelen, door al dit soort zaken van tevoren bij aan te laten melden. U kunt dan met verschillende deskundigen nagaan wat de consequenties zijn en op basis daarvan een advies uitbrengen aan het management.
10. Zorgen dat er een goede BedrijfsHulpVerleningorganisatie is. Is die er nog niet, dan kunt u als preventiemedewerker hiertoe het initiatief nemen en een voorstel bij de directie neerleggen.
Dit hoofdstuk printen