Q   Ontruimingsprocedures
Q   Ontruimingsprocedures

 
 
ONTRUIMING
 
Inleiding
 
aanzet tot plan van aanpak
procedures voor het ontruimingsplan
 
 
 
Zonder beveiliging vooraf zal de schade altijd groter uitvallen
 
  
2007
INHOUDSOPGAVE
 
PAGINA              ONDERWERP
___________________________________________________________________
 
2.            Inhoudsopgave
 
3.                Doel van de beveiliging
3.                      Fasen van de beveiliging
 
3.                      Stappenplan
4.                      Toelichting stappenplan
 
4.                      Overzicht van risico’s
 
6.                      Ontruimingsplan
 
7.                      Vluchtwegplannen
 
7.                      Ontruimingsprocedures
7.                      Inleiding
7.                      Voor welke gebouwen
7.                      Attentiepunten bij het opstellen van ontruimingsprocedures
 
8.                      Wanneer moet tot ontruiming worden overgegaan
8.                      De vluchtroutes
 
8.                      Organisatie
8.                      De leider
 
9.                      De verdiepingsleiders                  
9.                      Verdiepingsassistenten               
 
10.                  Instructies
10.                  Alarmering
10.                  Het ontruimingssignaal
 
11.                  De telefoon
11.                  Opvang brandweer
 
11.                  De verzamelplaats
11.                  Registratie
 
12.        Ontruimingsoefeningen
 
12.                  Stappenplan voor de realisatie in de praktijk
 

Doel van de beveiliging.
 
Maatregelen treffen die voorkomen dat er niets ongewenst voorkomt. En als het voorkomt dat het beheersbaar is. Welke maatregelen er ook worden getroffen, GARANTIE dat er niets gebeurt kan nooit worden gegeven.
 
Zonder beveiliging vooraf zal de schade altijd groter uitvallen.
 
Fasen van de beveiliging.
 
De beveiliging kan in drie fasen worden onderverdeeld, n.l.:
 
1.             Activiteiten voor de calamiteit
2.             Activiteiten tijdens de calamiteit
3.             Activiteiten na de calamiteit
 
Om activiteiten/maatregelen voor calamiteiten te organiseren zal het nodig zijn inzicht te verkrijgen welke rampen ons kunnen overkomen.
Daarbij is brand er een die iedereen als eerste zal noemen vanwege het spectaculaire karakter ervan. Het haalt meestal de TV en vrijwel altijd de krant.
Ook als alle gasten en eigen medewerkers zijn gered is er schade. Schade aan gebouw en inventaris is vervelend maar herstelbaar.
De vervolgschade door het niet operationeel zijn ligt anders. Helemaal anders is de schade aan het imago. Het kan vele jaren duren voordat “klanten” het voorval zijn vergeten.
 
Elke brand begint klein. Dus houdt de brand klein. Een kleine brand is beheersbaar. Elke brand heeft een oorzaak. Vaak futiliteiten, zoals onzorgvuldig gedrag en gebrek aan kennis. Door alle branden van de afgelopen tijden te bestuderen is een lijn te ontdekken in oorzaken.
Vele oorzaken hadden vooraf bekend kunnen zijn.
En omdat er niet wordt bij nagedacht zijn er dus ook geen activiteiten/maatregelen getroffen.
Aan het gebruik van open vuur dienen eisen te worden gesteld.
 
Voorbeeld van open vuur in een hotel:
 
in de keuken                                   Gas, flamberen, hete olie
restaurant                                       Kaarsen, roken en flamberen
dak                                                  Reparatie
overal                                              Kortsluiting
hotelkamer                                               Roken in bed
vuilafvoer                                        Spelende kinderen
 
 
 
                                                                                                                                   
 
Stappenplan.
 
Een stappenplan voor de ontwikkeling van het beveiligingsbewustzijn bij de medewerkers en gasten:
 
1.             Omschrijving van het doel en nut van beveiligingen opstellen en bekend maken
2.             Risico’s inventariseren d.m.v. een RI&E
3.             Activiteiten/maatregelen tegen deze risico’s opstellen
4.             Maken van een draaiboek, bijvoorbeeld een draaiboek ‘ontruiming’
5.             Medewerkers leren om de maatregelen genoemd in het draaiboek te kunnen laten uitvoeren
6.             Steekproeven, oefenen om de zaak draaiende te houden
 
 

Toelichting stappenplan.
 
Ad 1.         Omschrijving van het doel en het nut van beveiligen opstellen en bekend maken.
 
Hoe knap ook de gereedschappen en elektronica zijn om brand te voorkomen en te bestrijden is het de mens die een en ander hanteert. Een aantal beveiligingsmaatregelen kunnen als erg lastig en hinderlijk worden ervaren tijdens het normale dagelijkse werk. De kans op ontwijkend gedrag is dan aanwezig. Omdat te voorkomen is het een absolute noodzaak om de medewerkers bij het maken van het plannen te betrekken. Het is immers ook hun plan. Het nadeel van die aanpak is dat er meer tijd nodig is om bijvoorbeeld een ontruimingsplan op te stellen. Het grote voordeel is dat bij een daadwerkelijke ontruiming een en ander effectiever zal verlopen.
 
Ad 2.         Risico’s inventariseren.
 
Het bijgaand overzicht is redelijk compleet. Alles tegelijk aanpakken is in de praktijk niet haalbaar. Daarom zal er een keuze moeten worden gemaakt in belangrijkheid en volgorde van aanpak.
 
Ad 3.         Activiteiten tegen risico’s opstellen.
 
Het vertalen van risico’s naar tegenmaatregelen zal moeten gebeuren door, meestal externe deskundigen, een ieder op zijn eigen vak terrein.
 
Ad 4.         Maken van een draaiboek, bijvoorbeeld een ontruimingsplan.
 
Omdat het maken van draaiboeken zo vaak voorkomt, zijn er oplossingen in de handel die een flinke helpende hand bieden bij het opstellen er van.
 
Ad 5.         Medewerkers leren om de maatregelen genoemd in het draaiboek te kunnen laten uitvoeren.
 
De vertaalslag van draaiboek naar medewerkers is een van de belangrijkste fases. Het betrokken zijn bij het maken van de plannen is essentieel voor het gedrag van de medewerkers voor en tijdens een calamiteit. Het is geen incidentele kwestie bij het invoeren van de verschillende draaiboeken, maar een voortdurende zorg van het management om de medewerkers alert te houden.
 
Ad 6.         Steekproeven, oefeningen om de zaak draaiende te houden.
 
Om medewerkers alert te houden zijn oefeningen van diverse aard noodzakelijk. Onder meer het omgaan met kleine blusmiddelen dient te worden onderhouden. Een grote zorg is om de mutaties van materiële en personele aard te verwerken. Daartoe zijn steekproeven, door mensen van buitenaf, een uitstekend middel om samen met het management een draaiboek ‘levend’ te houden.
 
OVERZICHT VAN RISICO’S
 
A,      FYSISCHE/CHEMISCHE GEVAREN
1.             Beperkte brand
2.             Omvangrijke brand
3.             Catastrofale brand
4.             Explosie
5.             Stroomstoring
6.             Wateroverlast
7.             Conditioneringsproblemen
8.             Communicatiestoringen
9.             Apparatuurfouten
10.        Programmafouten
11.        Productie fouten
12.        Broei

13.        Schroeien
14.        Glas/leidingbreuk
15.        Overlopen
16.        (om) vallen
17.        Uitstromen
18.        Aanrijding/aanvaring
19.        Lawaai
20.        Temperatuur
21.        Rook/roet
22.        Straling
23.        Corrosie/oxidatie
24.        Trilling
25.        Invoerfouten
26.        Muizen/eekhoorns
27.        Lekkage
 
B.            PERSOONLIJKE ONGEVALLEN
1.             Verdrinking
2.             Vergiftiging
3.             Verbranding
4.             Elektrocutie
5.             Vallen/uitglijden
6.             Snijden
7.             Beknellen
8.             Bedwelming/verstikking
9.             Breken
10.        Ziekte/overlijden
11.        Stress
12.        Ontslag
 
C.           CRIMINALITEIT
1.             Diefstal
2.             Inbraak
3.             Overval
4.             Beroving
5.             Afpersing
6.             Fraude, bedrog en valsheid in geschrifte
7.             Interne sabotage
8.             Externe sabotage
9.             Vandalisme
10.        Brandstichting
11.        Bedrijfsbezetting
12.        Bommelding
13.        Gijzeling
14.        Kaping
15.        Terrorisme
16.        Spionage
17.        Ongeautoriseerd systeem gebruik
18.        Ongeautoriseerde ontsluiting van gegevens
 
 
D.           NATUURVERSCHIJNSELEN
1.             Bliksem
2.             Overstroming
3.             Storm
4.             Hagel
5.             Meteoorinslag
6.             Aardverschuiving
7.             Aardbeving
 

E.            SOCIALE ACTIE
1.             Werkstaking
2.             Model-actie
 
F.      MOLEST
1.             Gewapend conflict
2.             Burgeroorlog
3.             Opstand
4.             Binnenlandse onlusten
5.             Oproer
6.             Muiterij
7.             Vandalisme/terrorisme
 
G.           POLITIEKE GEVAREN
1.             Onteigening
2.             Confiscatie
3.             Nationalisatie
4.             De-/revaluatie
5.             Handelsrestricties
6.             Beperkte wetgeving
 
ONTRUIMINGSPLAN.
 
Inleiding.
 
Een gebouw kan op vele manieren worden gebouwd. De architect bepaalt welke vorm een gebouw uiteindelijk krijgt, waarbij gelet wordt op het toekomstige gebruik.
 
Bij het ontwerpen van een gebouw wordt over het algemeen weinig aandacht besteed aan de veiligheid van de gebruikers. Veel meer wordt gekeken naar het esthetisch verantwoord zijn.
 
Toch worden er door overheden eisen gesteld aan gebouwen. Bij nieuwbouw is de regelgeving vastgelegd in de Bouwverordening. De gemeentelijk afdeling Bouw- en Woningtoezicht en de Brandweer zullen op basis van de Bouwverordening eisen aan een gebouw stellen.
 
Voor de bestaande bouw zijn, voor een groot aantal inrichtingen, preventieve eisen gesteld in de Brandbeveiligingsverordening (BBV) (c.q. gebruiksvergunning).
De uitvoering er van is veelal opgedragen aan de brandweer. Een inrichting, moet in het kader van de BBV beschikken over een “Gebruikstoestemming”. De “Gebruikstoestemming” wordt door het college van Burgemeester en Wethouders afgeven als de inrichting aan de door de brandweer gestelde eisen voldoet. Een verplichting, die voortvloeit uit de gebruikstoestemming, is het aanwezig zijn van een ontruimingsplan.
 
Ontruimingsplan.
 
De procedure, om tot een ontruimingsplan te komen, zal in eerste instantie gericht zijn op de gebruikstoestemming.
 
De gebruikstoestemming wordt getoetst aan de bestaande situatie. Het komt namelijk regelmatig voor dat verbouwingen hebben plaats gevonden. Door de verbouwingen kunnen situaties dusdanig zijn gewijzigd, dat de gebruikstoestemming gebaseerd is op een reeds lang niet meer bestaande situatie.
De toetsing van de gebruikstoestemming zal in overleg met de opdrachtgever en de gemeentelijke brandweer geschieden, teneinde een door iedereen geaccordeerd gebruikstoestemming te verkrijgen.
Indien de opdrachtgever geen prijs stelt op overleg met de brandweer is dit mogelijk, echter een gebruikstoestemming zal dan ongewijzigd van kracht blijven. Na de toetsing en eventuele bijstelling van de gebruikstoestemming kan een ontruimingsplan worden gemaakt.
 
Bij het ontruimingsplan behoren als bijlage tekeningen met vluchtroutes, blusmiddelen, verzamelplaats etc..

VLUCHTWEGPLANNEN
 
Een ontruimingsplan is een boek, dat door een beperkt aantal mensen zal worden gelezen. Daarom is het noodzakelijk de ontruimingsprocedures regelmatig te beoefenen. Naast het oefenen kan een vluchtwegplan de bekendheid met de vluchtroutes verhogen. Het vluchtwegplan is een gevisualiseerd ontruimingsplan. Het vluchtwegplan kan in een gang worden gehangen. De plaats waar men zich bevindt en met de te kiezen vluchtroutes staan aangegeven.
 
Een vluchtwegplan kan ook per ruimte worden gemaakt. Bijvoorbeeld in hotels of andere plaatsen met veel bezoekers kan de instructies voor de gast/bezoeker betreffende de ontruiming veel beter duidelijk worden gemaakt met een vluchtwegplan dan met een beschrijving.
 
 
ONTRUIMINGSPROCEDURES
Inleiding
 
In gebouwen kunnen zich situaties voordoen welke een ogenblikkelijk gevaar inhouden voor alle in dat gebouw aanwezige personen. Voorbeelden hiervan zijn: brand, explosie of explosiedreiging in of in de directe omgeving van het gebouw, een bomalarm etc.. Een plotselinge, en snelle ontruiming van een gebouw kan in deze gevallen noodzakelijk zijn. Hierbij wordt de veiligheid van de in het gebouw aanwezige personen niet alleen bedreigd door de calamiteit op zich, maar ook door het gemakkelijk ontstaan van paniekreacties.
Het maken van een duidelijk plan ten behoeve van het ontruimen van een gebouw is daarom wenselijk. Dit zogenaamde ontruimingsplan moet een duidelijk inzicht geven in het geheel van organisatorische maatregelen en te realiseren technische voorzieningen welke er toe bijdragen dat een ontruiming van een gebouw zo vlot en ordelijk mogelijk kan verlopen.
Het maken van standaard-ontruimingsprocedures die voor elk gebouw en in elke situatie gelden, is niet mogelijk. Wel kan een overzicht worden gegeven van mogelijke factoren die een rol kunnen spelen bij het opstellen van ontruimingsprocedures. Per geval zal dan, afhankelijk van de aard van het bedrijf, de indeling, de omvang en de staat van het gebouw, de hoeveelheid en de validiteit van de in het gebouw aanwezige personen en de aanwezige communicatiemiddelen, bekeken moeten worden welke factoren van toepassing zijn en hoe uitgebreid bepaalde onderdelen in het ontruimingsplan moeten worden opgenomen. Een belangrijke overweging hierbij is dat een ontruimingsplan alleen ‘werkt’ indien dit plan door de gebruikers als zinvol wordt beschouwd/ Wordt een plan te zwaar of te uitgebreid opgesteld, dan zal dit plan al snel als onzin of hobbyisme opzij worden geschoven.
 
Voor welke gebouwen
 
Voor alle gebouwen waarin zich een groot aantal personen pleegt te bevinden, zoals: kantoorgebouwen, bejaardenoorden, ziekenhuizen, warenhuizen, scholen,
kerken etc. is het opstellen van ontruimingsprocedures een absolute noodzaak.
 
Attentiepunten bij het opstellen van ontruimingsprocedures
 
Een plan zal niet werken wanneer op het moment dat dit moet worden geëffectueerd
personen, die sleutelposities bezetten, niet beschikbaar zijn. Grote aandacht moet daarom worden besteed aan het aanwijzen van plaatsvervangers. Om overlappingen of zelfs tegenstrijdigheden te voorkomen is het belangrijk de opgestelde procedures te toetsen aan eventueel reeds bestaande regelingen in een bedrijf op het gebied van brand, het werken met gevaarlijke stoffen, bedrijfsongevallen, etc.. Het doornemen van de ontruimingsprocedures met de plaatselijke politie en brandweer is gewenst. Regelmatig moet worden bekeken of de ontruimingsprocedures bijgesteld moeten worden: interne verhuizingen, verbouwingen en uitbreidingen kunnen aanpassingen noodzakelijk maken.
 
 WANNEER MOET TOT ONTRUIMING WORDEN OVERGEGAAN
 
Het nemen van een te laat besluit tot ontruiming kan mensenlevens kosten. Toch moet niet te snel worden overgegaan tot ontruiming, immers ook de ontruiming op zich houdt bepaalde risico’s in. Buiten het gevaar van ontstaan van blessures is het ook mogelijk dat personen juist in de richting van het gevaar worden gedirigeerd. Kan men aangeven in welke richting veiligheid verzekerd is, dan zal bovendien paniek minder gauw voorkomen. Indien mogelijk moet daarom, alvorens het sein tot ontruiming wordt gegeven, een onderzoek worden ingesteld. Afhankelijk van het resultaat van dit onderzoek kan dan worden besloten tot gedeeltelijke of algehele ontruiming. Alleen in zeer duidelijke gevallen kan een onderzoek achterwege blijven.
Voor bepaalde afdelingen kan gelden, dat een onmiddellijke ontruiming grote schades veroorzaakt of zelfs gevaren kan inhouden. Voor deze gevallen zullen regelingen moeten worden getroffen dat op deze plaatsen functionarissen (zo beperkt mogelijk) op hun post blijven zolang de omstandigheden dit toelaten.
 
Het sein tot ontruiming wordt door de leider, indien mogelijk na overleg met de directie of de brandweer.
 
De vluchtroutes
 
Bij het opstellen van een ontruimingsplan moet een analyse worden gemaakt van de in een gebouw aanwezige ontvluchtings mogelijkheden. Aan de hand van deze analyse kunnen dan routes worden vastgesteld via welke een ontruiming zal plaatsvinden. Om ‘verstoppingen’ te voorkomen moet een verdeling over de diverse vluchtroutes worden toegepast.
Ontruimingsroutes met tegengestelde bewegingen mogen niet voorkomen. Alternatieven kunnen worden voorbereid in geval van blokkering van vluchtwegen tijdens een calamiteit. Afhankelijk van de aanwezigheid van niet-ambulante personen moet bekeken worden of de aanwezige voorzieningen ook voor deze personen bruikbaar zijn. Toetsing van de ‘papieren-vluchtwegen’ aan de praktijk is noodzakelijk.
Toetsingspunten zijn:
­                 draaien deuren in een vluchtweg in de richting van de vluchtweg
­                 zijn trappen aan weerszijden voorzien van een deugdelijke, stevig bevestigde leuningen
­                 zijn de vluchtwegen voldoende stroef
­                 verdienen de vluchtwegen een nadere aanduiding in de vorm van pictogrammen
­                 is een noodverlichting op bepaalde plaatsen noodzakelijk
 
Naast deze eenmalige voorbereiding moeten daarnaast regelmatig controles worden gehouden:
­                 worden vluchtwegen niet als opslagruimtes gebruikt
­                 worden vluchtwegen niet afgesloten
­                 zijn vluchtwegen niet geblokkeerd (binnen en buiten)
­                 zijn vluchtwegen onder alle omstandigheden bruikbaar
­                 worden rook/brandwerende deuren niet continu in geopende stand gehouden
 
De vluchtroutes en alternatieven moeten op plattegronden per verdieping zijn aangebracht.
 
ORGANISATIE
 
De leider
 
Onder de directie moet een functionaris worden aangewezen voor het initiëren van de nodige maatregelen van beveiliging alsmede als verantwoordelijk persoon voor de uitvoering van de te nemen acties en de te houden oefeningen. Bij voorkeur moet een functionaris worden gekozen die reeds uit andere hoofde van zijn functie een betrokkenheid heeft, b.v. het hoofd beveiligingsdiest, de commandant van de bedrijfsbrandweer of hoofd van de technische dienst. Deze leider -of bij diens afwezigheid zijn plaatsvervanger- moet doorlopend bereikbaar zijn, ook buiten diensttijd. Hun namen moeten algemeen bekend zijn en ook de wijze waarop zij snel kunnen worden bereikt.
 
 
 
 

De taken van de leider zijn:
­                 het opstellen van de procedures
­                 het doorspreken van de procedures met de politie en brandweer
­                 het in overleg met de directie en/of de verantwoordelijke bevelvoerder van de brandweer besluiten tot algehele of gedeeltelijk ontruiming
­                 het vanuit een vaste plaats daadwerkelijk leiding geven aan de activiteiten tijdens de ontruiming
­                 het rapporteren aan de directie
­                 het evalueren van de maatregelen naar aanleiding van deze rapportage, alsmede het wijzigen en aanvullen van het ontruimingsplan naar aanleiding van de ervaringen in de praktijk en na b.v. uitbreidingen, verbouwingen en interen verhuizingen
­                 het geven van instructies
­                 het doen instellen (indien verantwoord) van bewaking van onderdelen van het bedrijf waarvoor dit van belang is
­                 het voorzien van de verdiepingsleiders van noodzakelijke informatie
­                 het op elkaar afstemmen van de diverse instructies.
 
De verdiepingsleiders
 
Per verdieping moeten verdiepingsleiders (en plaatsvervangers) worden aangewezen. De verdiepingsleiders zijn verantwoordelijk voor een snelle en ordelijke ontruiming van ‘hun’ verdieping. Bij voorkeur moet een afdelingschef tot verdiepingsleider worden aangewezen.
 
De taken van deze verdiepingsleiders zijn:
­                 het controleren of alle personen de verdieping hebben verlaten
­                 het regelen van het brandvrij opbergen van de in de te ontruimen ruimte aanwezige waarden, indien de omstandigheden dit toelaten
­                 toezien op het niet gebruiken van liften
­                 voorkomen van paniek
­                 doorgeven van de noodzakelijke informatie aan de leider
­                 regelen dat de juiste trappenhuizen worden gebruikt.
­                 er voor zorg dragen dat eventueel aanwezige minder-valide medewerkers of bezoekers worden begeleid.
 
Daarnaast moet de verdiepingsleider:
­                 er op toezien dat elke medeweker zich zo spoedig mogelijk na indiensttreding op de hoogte stelt van de loop van de vluchtwegen, de plaats en de werking van de nooduitgangen, brand- en rookwerende scheidingen en de blusmiddelen
 
Verdiepingsassistenten
 
Afhankelijk van de omvang van verdiepingen kan het wenselijk zijn dat verdiepingsleiders in hun taak worden bijgestaan door verdiepingsassistenten. Beschikt het bedrijf over reddings- brand- en EHBO-ploegen dan verdient het de voorkeur een verdiepingsleider te laten bijstaan door een of meer leden uit deze ploegen.
 
Ook zullen bewakers/portiers, telefonistes en technische dienst een taak hebben tijdens een ontruiming.
De taken kunnen zijn:
­                 het alarmeren van de hulpverlenende instanties
­                 het oproepen van de leider
­                 het bijhouden van het logboek
­                 het assisteren bij technische problemen
  
INSTRUCTIES
 
Instructies moeten zo beknopt en eenvoudig mogelijk worden gehouden. De instructies moeten worden besproken met die personen voor wie ze zijn bestemd. Een herhaling (b.v. een keer per jaar) van deze besprekingen is wenselijk.
De leider en de verdiepingsleiders dienen over een detailplan te beschikken. De overige personen die een actieve taak hebben tijdens een ontruiming behoeven alleen die instructies te bezitten welke voor het uitoefenen van hun taak noodzakelijk zijn.
Bij personen die geen taak hebben tijdens een ontruiming, behoeven de ontruimingsprocedures alleen in eenvoudigste vorm bekend te zijn. De instructies moeten echter in ieder geval inhouden:
­                 hoe het ontruimingssignaal klinkt
­                 hoe een brand moet worden gemeld
­                 de vluchtroutes per afdeling
­                 hoe te handelen in geval van brand
­                 dat alleen persoonlijke bezittingen welke op de kamer aanwezig zijn en voor zover zij een snelle ontvluchting niet belemmeren, mogen worden meegenomen
­                 dat ramen en deuren gesloten moeten worden
­                 dat rookwaren gedoofd moeten worden en machines moeten worden afgezet
­                 dat na het ontruimingssignaal telefoongesprekken onmiddellijk moeten worden afgebroken
­                 dat de liften niet meer mogen worden gebruikt
­                 de verzamelplaats
­                 Wel kan worden opgegeven waar nadere informatie of inzake in de ontruimingsprocedures kan worden verkregen.
 
Alarmering
 
Het ontruimingsignaal
 
Er moet een duidelijk door het gehele gebouw hoorbaar ontruimingssignaal gegeven kunnen worden. (Denk hierbij ook aan zolders, kelders, toiletten).
Indien het ontruimingssignaal door middel van een elektrische installatie wordt gegeven, dient deze installatie voorzien te zijn van een noodstroomvoorziening. Belangrijk is dat de ontruimingssignalering regelmatig wordt beproefd.
Het ontruimingssignaal kan worden gegeven in de vorm van een gesproken woord of in de vorm van een toonsignaal. Wordt gebruik gemaakt van een toonsignaal, dan moet dit signaal duidelijk afwijken van andere te bezigen signalen (b.v. slow-whoop).
Het gebruik maken van een omroepinstallatie heeft als voordeel dat hiermee ook het geven van terzake dienende mededelingen mogelijk is. Het systeem vraagt echter in verband met het gemakkelijk ontstaan van paniek een strakke discipline van de omroeper. Gebruik kan worden gemaakt van bandjes met ingesproken tekst
 
 
Na het klinken van het ontruimingssignaal is de procedure als volgt:
 
­                 de medewerkers zonder specifieke hulptaak beëindigen hun werkzaamheden en begeven zich naar het voor hen aangegeven trappenhuis
­                 de leider begeeft zich naar zijn vaste plaats
­                 de verdiepingsleiders en hun assistenten verzamelen zich, na controle van hun verdieping, in het trappenhuis en wachten hier op de verdiepingsleider(s) en hun assistenten van erboven gelegen verdiepingen, waarna zij meegaan naar beneden.
 
Voor scholen, kantoorgebouwen, warenhuizen etc. kan onmiddellijk worden besloten tot een verticale ontruiming. In ziekenhuizen, bejaardencentra etc. moet men afdelingsgewijs laten ontruimen, in eerste instantie horizontaal, naar een rook- en brandvrije plaats.
 
De verdiepingsleiders melden zich af bij de leider en begeven zich daarna naar de verzamelplaats
  
DE TELEFOON
 
De telefoon dient bij een ontruiming uitsluitend beschikbaar te zijn voor de hulpverlening. Alle gesprekken die geen betrekking hebben op de hulpverlening, dienen onmiddellijk te worden afgebroken.
Het verdient aanbeveling om in gebouwen met een telefooncentrale een nummer als alarmnummer te bestemmen.
Communicatie tussen de leider en de verdiepingsleiders is belangrijk. Over het algemeen zal de telefoon hiervoor het aangegeven middel zijn.
Een goede oplossing is de aanwezigheid van speciale alarmtelefoons op iedere verdieping. Dit zijn telefoons met een directe verbinding naar een centrale plaats. Door de hoorn op te nemen komt de verbinding tot stand. Gelijktijdige meldingen zijn mogelijk. Op een tableau kan worden afgelezen vanaf welke plaats in het gebouw wordt gebeld. Op deze centrale plaats dient de leider zich te bevinden
 
Opvang brandweer
 
Met de brandweer moet een vaste aanrijplaats(en) worden afgesproken. Op deze aanrijplaats moet de brandweer worden geïnformeerd omtrent de aard en de omvang van de ontruiming.
Wenselijk is het dat ter plaatse ook het hoofd van de technische dienst of diens plaatsvervanger aanwezig is. Op de opvangplaats moeten plattegronden aanwezig zijn waarop de vluchtwegen, de (nood) uitgangen, de blusmiddelen en de (hoofdafsluiters van gas, water en elektriciteit zijn aangeven.
 
De verzamelplaats
 
Na een ontruiming begeven zich in een gebouw aanwezige personen naar de verzamelplaats, waar appèl kan worden gehouden.
De verzamelplaats moet:
­                 gunstig gelegen zijn in de directe omgeving van het gebouw
­                 over voldoende accommodatie beschikken
­                 over telefoon en een lijst met belangrijke telefoonnummers beschikken
 
Afspraken moeten worden gemaakt inzake openstelling. Moet om de verzamelplaats te bereiken een drukke weg worden overgestoken, dan kan het noodzakelijk zijn dat tijdens een ontruiming ter plekke verkeersregelaars aanwezig zijn. Op de verzamelpunten kunnen mededelingen worden gedaan. Medewerkers mogen de verzamelplaats pas verlaten nadat hiervoor door de leiding toestemming is verleend.
 
REGISTRATIE
 
Voor de leider is het noodzakelijk om over een aantal checklists te beschikken, te weten:
­                 een lijst met daarop de door de leider te nemen acties en te waarschuwen instanties en personen
­                 een lijst waarop door de leider het afmelden (en tijdstip van de ontruiming) verdiepingsleiders wordt bijgehouden
­                 een lijst waarop de medewerkers en de bezoekers worden geregistreerd die om onbekende redenen op het appèl ontbreken.
 
Aan de hand van deze lijsten kan de leider snel de situatie overzien. Tevens kan hij dan direct beschikken over gegevens zoals de plaats waar de diverse mensen zich bevinden. Deze gegevens kan hij doorspelen aan de brandweer. Naast genoemde checklists is het gewenst dat een logboek wordt bijgehouden. Dit logboek dient om aantekeningen te maken met betrekking tot de gebeurtenissen tijdens de ontruiming. Deze aantekeningen betreffen steeds het tijdstip en een korte inhoud van de genomen actie of het verzonden c.q. binnengekomen bericht. Het maken van deze aantekeningen vangt aan op het moment van alarmnering en sluit af op het moment waarop de situatie weer normaal is.
 
 Ontruimingsoefeningen
 
Het houden van ontruimingsoefeningen (sloepenrol) heeft om twee redenen zin.
In de eerste plaats is het door het houden van een ontruimingsoefening mogelijk om aan de hand van de opgedane ervaringen de gevolgde procedures kritisch te bezien en deze, indien nodig, aan te passen. In de tweede plaats maakt een oefening de mensen vertrouwd met de procedures welke moeten worden gevolgd in geval van ontruiming. Om eerst genoemde reden is het in geval noodzakelijk een keer een totale ontruimingsoefening te houden. Om de in de tweede plaats genoemde reden is het echter, indien de aard van het bedrijf dit toelaat, zinvol ontruimingsoefeningen een of twee keer per jaar te herhalen.                                                               
Het is mogelijk ontruimingsoefeningen gefaseerd in te voeren. In de eerste fase is bij de medewerkers de dag en het uur waarop de ontruimingsoefening gehouden gaat worden, bekend.
In de tweede fase is alleen de dag bekend. In de derde fase zal het ontruimingssignaal totaal onverwacht worden gegeven.
 
Tijdens een ontruimingsoefening moet worden gelet op de volgende punten:
­                 wordt de brandweer direct gewaarschuwd (dan pas op onderzoek uitgaan)
­                 wordt geen gebruik gemaakt van liften
­                 worden de aanwijzingen van de diverse functionarissen opgevolgd
­                 wordt de controle op het niet achterblijven correct uitgevoerd
­                 is men op de hoogte van de plaats en de werking van de voor ontvluchting aangebrachte voorzieningen, zoals trappenhuizen, sluitinge van nooduitgangen etc.
­                 is de aanrijplaats voor de brandweer vrij en wordt de brandweer op de juiste wijze ingelicht
 
1.             Indien de vluchtroute niet via de garderobe leidt, moet niet worden toegestaan dat jassen etc. worden opgehaald. Bij een ontruiming na een bommelding moeten alle persoonlijke bezittingen echter wel meegenomen worden in verband met het vergemakkelijken van zoekacties
2.             Bij een bommelding of andere explosiedreiging moeten ramen en deuren worden geopend.
 
Stappenplan voor de realisatie in de praktijk
 
0.      Neem contact op met G2 Guide & Guard              geen kosten
1       Mondelinge uitleg van het gestelde in de ARBO-wet geen kosten
A.      Inventarisatie deel 1                             geen kosten
B..     Inventarisatie vluchtroute                        geen kosten
C.      Inventarisatie deel                               geen kosten
 
X       Weten wat u te doen staat
 
D.     ARBO-risico-analyse/ RI&E                          Kosten
E.     Aanbrengen signalisatie en vluchtplantekeningen    Kosten
F.     Het schrijven van het Bedrijfsnoodboek             Kosten
G.     Het schrijven van de Ontruimingsprocedures         Kosten
H.     Training BHV                                       Kosten
I.     Het houden van een Sloepenrol                      Kosten
J.     Ontruimingsoefening(en)                            Kosten
 
 
G2 Guide & Guard is een raadgevend adviesbureau dat ondernemers ondersteunt bij de uitvoering van de ARBO-wet.
 
G2 Guide & Guard is aangesloten bij de Inspectie Pre-Calamiteiten Zorg Nederland.
 
 
 
                     Ons telefoonnummer en faxnummer heeft u, wat let u.