W   Risicobeheer
W   Risicobeheer

Fysische Chemische gevaren Vervolg criminaliteit
1. Beperkte brand 44. Afpersing
2. Omvangrijke brand 45. Fraude, bedrog, valsheid in geschrifte
3. Catastrofale brand 46. Interne sabotage
4. Explosie 47. Externe sabotage
5. Stroomstoring 48. Vandalisme
6. Wateroverlast 49. Brandstichting
7. Conditioneringsproblemen 50. Bedrijfsbezetting
8. Communicatiestoringen 51. Bommelding
9. Apparatuurfouten 52. Gijzeling
10. Programmatuurfouten 53. Kaping
11. Productie fouten 54. Terrorisme
12. Broei 55. Spionage
13. Schroeien 56. Ongeautoriseerd systeemgebruik
14. Glas/leidingbreuk 57. Ongeautoriseerd ontsluiting van gegevens
15. Overlopen  
16. Omvallen Natuurverschijnselen.
17. Uitstromen 58. Bliksem
18. Aanrijding/aanvaring 59. Overstroming
19. Lawaai 60. Storm
20. Temperatuur 61. Hagel, sneeuw, ijzel
21. Rook/roet 62. Meteoorinslag
22. Straling 63. Aardverschuiving
23. Corrosie/oxidatie 64. Aardbeving
24. Trilling/oxidatie  
25. Invoerfouten  Sociale actie.
26. Muizen/eekhoorns  65. Werkstaking
27. Lekkage  66. Model-actie
   
Persoonlijke ongevallen.             Molest.
28. Verdrinking          67. Gewapend conflict
29. Vergiftiging  68. Burgeroorlog
30. Verbranding  69. Opstand
31. Elektrocutie  70. Binnenlandse onlusten
32. Vallen/uitglijden  71. Oproer
33. Snijden  72. Muiterij
34. Beknellen  73. Vandalisme/Terrorisme
35. Bedwelming/verstikking  
36. Breken  Politieke gevaren.
37. Ziekte/overlijden  74. Onteigening
 38. Stress  75. Confiscatie
39. Ontslag  76. Nationalisatie
   77. De-/revaluatie
Criminalietit.  78. Handelsrestricties
40. Diefstal  79. Beperkende wetgeving
41. Inbraak  
42. Overval  Persoonlijk
43. Beroving  80. Het gedrag van ‘ik’
   
   
 
 Risico = kans x effect
                                               
Risicogetal = Blootstelling x Waarschijnlijkheid X Effect
________________________________________________
 
 
Bij het toepassen van deze formule dienen een drietal inschattingen gemaakt te worden:
 
-Hoe vaak komt het voor ?
-Wat is de kans dat een ongewenst effect optreedt ?                                                 
-Wat is het mogelijke effect dat zal optreden ?
 
Aan zowel de door u aangegeven, blootstelling, waarschijnlijkheid, als het effect zijn getallen verbonden. Deze worden met elkaar vermenigvuldigd. Hoe groter het getal is, hoe groter het risico dat het ongewenste effect zal optreden.
_______________________________________________
Risico     = kans x effect
Risico getal = Blootstelling x Waarschijnlijkheid x Effect
_______________________________________________
Blootstelling:   Blootstelling: Effect:
0,5 zeer zelden 0,1 bijna niet denkbaar 1,0 gering, letsel zonder verzuim
1,0 zelden (jaarlijks) 0,2 praktisch onmogelijk 3,0 belangrijk, letsel en verzuim
2,0 soms (maandelijks 0,5 denkbaar, maar onwaarschijnlijk 7,0 ernstig, onomkeerbaar (invaliditeit)
 3,0 af en toe (wekelijks) 1,0 onwaarschijnlijk, mogelijk in grensgeval 15,0 zeer ernstig (een dode op termijn)
 6,0 regelmatig (dagelijks) 3,0 ongewoon, maar mogelijk 40,0 ramp (enkele doden)
10,0 voortdurend 6,0 zeer wel mogelijk  
  10,0 te verwachten  
________________________________________________
Door de waarden van Blootstelling, Waarschijnlijkheid en Effect met elkaar te vermenigvuldigen verkrijgt men het zogenaamde risicogetal. Op basis van de grootte van dit getal kunnen de gevaren ingedeeld worden in prioriteitsklassen.
 
Prioriteit    1       R > 400          
Zeer hoog risico, werkzaamheden stoppen
 
Prioriteit    2       200 < R > 400   
Belangrijk risico, actie noodzakelijk, pak het direct aan
 
Prioriteit   3        70 < R , 200    
Mogelijk risico, actie gewenst, neem het op in het jaarplan
 
Prioriteit   4        R < 70                
Risico is wellicht aanvaardbaar, overweeg actie, neem knelpunt mee in het meerjarenplan